SAMEN STERK, COLLECTIEF ZWAK

Voor hun eerste groepstentoonstelling verheffen de leden van Collectief Zwak het co-worken tot een onbevlogen onderzoek naar hun collectief creatief bewustzijn.

Het ondertussen wijdverspreide fenomeen biedt voordelen ten overvloede. Een werkruimte die je deelt met gelijkgestemde zielen – en niet met je bed of keukentafel – schept een stimulerende omgeving. Een plek die gretig aanzet tot creatie, waar kennis en ideeën vrijuit gedeeld worden en waar niemand je veroordeelt op basis van het aantal hectoliter koffie je dagelijks binnenkrijgt.

‘Zien werken, doet werken,’ bevestigen de leden van Collectief Zwak, die onderling verschillende kunstvormen aaneenrijgen; van illustratie, grafische vormgeving en fotografie tot keramiek, poëzie, mode- en juweelontwerp.

Naar aanleiding van hun groepstentoonstelling Samen sterk, collectief Zwak zetten ze een onderzoek op touw naar hun artistieke identiteit en dringen ze elkaars werk binnen met terugwerkende kracht. Vanuit de eigen discipline borduren ze achtereenvolgens voort op de materie en ideeën van de andere kunstenaars. Door vrijuit te enten op het werk van de vorige maker, tasten ze de grenzen van het individuele versus het collectieve af en verwerven ze inzicht in de ander, maar ook in hun eigen creatieve praktijk.

Het delen van een ruimte en de verbondenheid die eruit voortkomt, vormt met andere woorden de premisse voor het onderzoek?

RUUD: Vanuit een interesse in elkaars werk hebben we vrij impulsief beslist om daar iets mee te doen, net zoals de meesten vrij impulsief hebben gekozen om hier een tafel en een stoel te zetten. Ons allereerste idee was om elkaar, aan de hand van het werk en wat je over die persoon weet, te interpreteren. Daarna is het geëvolueerd tot een vorm waar iedereen bepaalde elementen neemt van elkaar en daar zijn eigen interpretatie aan geeft.

ARIANE: Het komt zelden voor dat we hier allemaal tezamen zijn en toch leer je elkaar beter kennen via het werk en de werkplek, die vaak meer sprekend zijn. Met het collectief willen we onderzoeken hoe we met elkaar kunnen communiceren, zonder dat dit effectief face to face moet gebeuren.

LIEZE: We werden getriggerd door elkaars werk en ideeën, ook door de komst van nieuwe bewoners. We wilden al langer samenwerken, maar de groepstentoonstelling was de aanzet tot een concreet project, een doel om naartoe te werken.

 

Hoe beïnvloedt het atelier en de onderlinge dynamiek jullie individuele praktijk?

ARIANE: Ik laat de wereld achter, als ik de deur achter me dicht sla. Ik kan helemaal opgaan in mijn werk en niemand die vragen stelt over waar ik mijn tijd nu aan verdoe.
RUUD: Ik wilde niet meer ontwerpen op de plek waar mijn bed stond, dus zocht ik voor dat eerste een nieuwe plek. Nu kan ik na mijn werk een paar uur echt productief zijn, dan naar huis gaan en echt thuis zijn. Zo kan ik meer gefocust werken.

HANNE: Mijn bureau paste letterlijk niet in mijn appartement!

CHARLOTTE: Ik vind die chaos heel leuk omdat die chaos bij mezelf meer in mijn hoofd zit en niet in de werkelijkheid. Ik vind die tegenstelling heel dynamisch. Ik zit hier vaak alleen, maar het samenwerken zorgt voor een soort discipline. Iedereen is bezig. De rest is vaak iets concreet aan het maken, terwijl ik lang in mijn hoofd bezig ben voor ik iets op papier zet, dat is wel stimulerend.

LIEZE: Ik zocht een ruimte omdat ik dat nodig heb om mensen rondom mij te hebben, dat werkt toch meer stimulerend. De feedback en aanmoediging heb ik vaak nodig om er terug in te vliegen!

ESTHER: Op een bepaald punt zat ik echt met de vraag of ik ontwerpen nog wel leuk vond. Ik werkte enkel andermans ideeën uit waar ik weinig van mezelf in kon leggen en dat maakte mij zo doods op de duur. Maar door hier te werken en te zien hoe anderen er ook maar gewoon aan beginnen, heeft er voor gezorgd dat ik terug voor mezelf begon te maken, dingen die niet noodzakelijk tot iets moesten dienen.

SIGLINDE: Wat ik ook belangrijk vond, was dat je in de wijde wereld als elkaars concurrent wordt beschouwd. Er is weinig mogelijkheid tot collaboratie, om er samen sterker uit te komen. Daar komt ook onze naam vandaan: Collectief Zwak, samen sterk.

 

Hoe verloopt deze manier van co-creëren?

ARIANE: Het gaat heel intuïtief. Aanvankelijk selecteerden we elementen die ons interesseerden, maakten we er iets mee en werd het terug in de kast gezet, waar alles wordt bijgehouden. Vervolgens ging iemand anders er verder mee aan de slag.

ESTHER: We zijn vertrokken van het doorgeefsysteem om de samenwerking aanvankelijk wat te forceren. Maar nadien begon iedereen ook onderling samen te creëren. Het wordt in de loop van het onderzoek nog geëvalueerd en eventueel aangepast. Misschien dat we binnenkort wel samen achter de tekentafel kruipen.

LIEZE: De enigste regel is dat je alles documenteert wat er met het werk gebeurd, want elke stap is van belang. Misschien is het eerste werk uiteindelijk wel interessanter dan het eindresultaat.

HANNE: We werken niet naar een bepaald doel toe, maar willen juist zien wat het onderzoek teweegbrengt. De expo is ook gewoon een punt in de tijd en niet per se het eindresultaat. Het gaat meer om het proces.

SIGLINDE: Het proces is vooral heel leerrijk, wat je ook persoonlijk beïnvloedt. Het creëert andere inzichten en geeft ook een aanzet om, in verhouding tot je eigen werk, andere dingen uit te testen.

 

Je werk uit handen kunnen geven en zien hoe je eigen opvattingen resoneren met die van andere makers. Maakt dat het onderzoek ook een oefening in loslaten?

RUUD: Daar zijn we ook benieuwd naar, hoe we zelf beslissingen maken ten opzichte van ons werk en welke impact het heeft als iemand anders je werk vastneemt. Maar we hebben allemaal samen besloten om het los te laten. In die zin is er geen ruimte om verzet te bieden, de beslissing ligt bij de volgende!

ESTHER: Je merkt ook meteen dat er al veel inhoud zit in het werk dat je vastneemt. Het gaat niet puur om de kunstvorm of methodiek. Hoe je een werk benadert en de ingrepen die je erop toepast, zijn niet zomaar vrijblijvend. Daar merk je ook het verschil. Ik heb niet de neiging om er de schaar in te zetten, maar eerder iets aanvullend te maken in plaats van het aan te vallen. Misschien komt dat nog wel, maar ik ben er nu nog heel voorzichtig in.

LIEZE: Sommigen werken inderdaad impulsiever en denken er minder bij na, maar daar kunnen anderen ook wel uit leren.

CHARLOTTE: Je reikt elkaar vormen, materiaal of inspiratie aan, waar je je eigen idee op kan uitwerken. Ook als je vanuit een andere discipline denkt, moet je aanvankelijk toegang vinden tot elkaars werk.

 

Wat denk je dat het verdere verloop zal opleveren?

ARIANE: Het is vooral een heel interessante kruisbestuiving om één werk door al die handen te laten passeren. Als een divers hoopje mensen maakt het ons ook nieuwsgierig naar de manier waarop iedereen de ruimte en sfeer persoonlijk ervaart. Maar ook de aanwezigheid van de anderen in elkaars werk.

ESTHER: De sterkte zal in de veelheid zitten. Het selecteren van element, die we dan in een groter geheel plaatsen, biedt ons juist de vrijheid om vanuit een andere invalshoek te beginnen zonder dat je je aan bepaalde richtlijnen moet houden. Dan kan misschien naar de expo toe wel specifieker worden maar nu nog niet.

CHARLOTTE: De opzet is wel dat we alles trachten samen te brengen, maar misschien is dat uiteindelijk ook niet gelukt en wordt het een fragmentarische tentoonstelling. Maar dat is dan ook wat er gebeurd is, het gaat eerder om de interactie dan het eindresultaat.

 

De expo Samen sterk, Collectief Zwak zal vanaf maart te bezichtigen zijn in de KOP Arstpace.

 

COLLECTIEF ZWAK

Charlotte Wouters – Illustratieve vormgeving
Siglinde Bossuwé – Illustratieve vormgeving
Charlotte van den Broeck – Woordkunst
Lieze Huybrechts – Illustratieve vormgeving, keramiek
Ruud Anthoni – Juweelontwerp en mode
Esther Couderé – Grafische vormgeving
Hanne Holvoet – Illustratieve vormgeving
Ariane Mol – Illustratieve vormgeving